Parentificatie. Een kind dat geen kind mag zijn.
Als er sprake is van parentificatie dan betekent het dat het kind veel te vroeg de rol heeft gekregen (of op zich heeft genomen) van adviseur, trooster, bemiddelaar of verzorger terwijl het daar veel te jong voor is. Op emotioneel en sociaal gebied. Vaak zie je dit als een ouder in de slachtofferrol zit, bijvoorbeeld na een scheiding of bij ziekte. De ouder stapt op dat moment in de rol van het kind en het kind gaat voor de behoeftige ouder zorgen. De rollen worden daarmee omgedraaid en dat is voor een kind een veel te zware belasting. Een kind moet juist worden opgevoed door de ouders en niet andersom.
Wat is parentificatie?
Parentificatie betekent dat een kind langdurig taken en verantwoordelijkheden op zich neemt die eigenlijk bij een ouder horen. Het kind wordt als het ware de verzorger, trooster of bemiddelaar van de ouder, terwijl het daar emotioneel en ontwikkelingspsychologisch nog niet aan toe is. Het woord is afgeleid van het Engelse woord parent (ouder). Er zijn twee vormen: instrumentele parentificatie (praktische taken zoals koken, schoonmaken, zorgen voor broertjes en zusjes) en emotionele parentificatie (het kind is de vertrouwenspersoon of emotionele steun van de ouder).
Hoe herken je parentificatie?
Geparentificeerde kinderen zijn vaak opvallend volwassen voor hun leeftijd. Herkenningspunten zijn: het kind maakt zich buitengewoon veel zorgen over de ouder, vermijdt conflicten in het gezin, brengt weinig tijd door met leeftijdsgenoten, neemt huishoudelijke taken op zich die niet bij zijn leeftijd passen, of fungeert als bemiddelaar tussen ruziënde ouders. Ouders hebben dit zelf vaak niet in de gaten. De omgeving merkt het doorgaans eerder. Een veelgehoorde omschrijving: “zo’n volwassen kind voor zijn leeftijd.”
Wat zijn de gevolgen van parentificatie op latere leeftijd?
De gevolgen kunnen diepgaand en langdurig zijn. Volwassenen die als kind geparentificeerd zijn, herkennen vaak patronen als: moeite met grenzen stellen, overmatig zorgen voor anderen ten koste van zichzelf, faalangst, burn-out, ongezonde relatiepatronen (de ‘redder’ in een relatie), laag zelfbeeld en moeite met het uiten van eigen behoeften. Het zorgende patroon dat als kind een overlevingsstrategie was, wordt als volwassene vaak onbewust herhaald. In relaties, op het werk en in vriendschappen.
Wat is het verschil tussen constructieve en destructieve parentificatie?
Bij constructieve parentificatie neemt een kind tijdelijk meer verantwoordelijkheid op zich, bijvoorbeeld tijdens een ziekteperiode van een ouder, maar krijgt daarna voldoende erkenning en ruimte om weer kind te zijn. Dit schaadt de ontwikkeling niet. Bij destructieve parentificatie is de parentificatie structureel en langdurig. Het kind wordt stelselmatig belast met taken of emoties die niet bij zijn leeftijd horen, zonder dat daar erkenning of ruimte tegenover staat. Dit tast de emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling aan.
Wat heeft parentificatie met scheiding te maken?
Bij een scheiding is parentificatie een veelvoorkomend risico. Ouders die worstelen met verdriet, boosheid of financiële zorgen delen dit soms, bewust of onbewust, met hun kind. Het kind voelt de pijn van de ouder aan en gaat proberen te redden, te troosten of te bemiddelen. Soms wordt het kind ook expliciet ingeschakeld als boodschapper of vertrouwenspersoon. Zelfs ogenschijnlijk onschuldige opmerkingen als “ik heb geen geld voor die vakantie” kunnen een kind in een zorgende rol duwen. Als scheidingsmediator zie ik dit patroon regelmatig. Een goede scheiding is er één waarbij kinderen kind mogen blijven.
Hoe doorbreek je parentificatie?
De eerste stap is bewustwording: welke patronen herhaal je als volwassene die hun oorsprong vinden in je kindertijd? Therapie, met name EMDR of systeemtherapie, kan helpen om deze patronen te doorbreken. In therapie leer je onderscheid maken tussen zorg geven vanuit keuze en zorg geven vanuit automatisme of angst. Je ontdekt dat je eigen behoeften er ook toe doen, en dat je niet voortdurend verantwoordelijk hoeft te zijn voor het welzijn van anderen. Dat is geen egoïsme. Het is herstel.
Waarom neemt het kind de rol van adviseur, bemiddelaar op zich
Als dit zo veel nadelige gevolgen heeft waarom doet het kind dat dan? Allereerst omdat dit het kind op dat moment veel oplevert zoals aandacht en waardering, Soms uit schuldgevoel “door mij zijn papa en mama gescheiden” of “als ik het niet doe dan is mama ongelukkig”.
Soms ook uit angst “als ik niet sterk ben dan is papa er zo meteen niet meer en wie moet er dan voor mij zorgen”. Als het kind merkt dat het niet helpt gaat het nog beter zijn best doen, waardoor het faalangsten kan ontwikkelen. Het kind voelt zich de veroorzaker of onderdeel van het probleem, maar dat is het niet. Daardoor kan het kind ook nooit de oplossing zijn van het probleem van papa of mama.
De reddersrol, een te zware belasting
In beginsel lijkt het misschien onschuldig maar het heeft zeer nadelige consequenties voor de ontwikkeling van het kind op de weg naar volwassenheid. Een kind wat zich verantwoordelijk voelt voor zijn ouder kan geen kind zijn. Het cijfers zich weg, offert zich op voor het welzijn van zijn ouder ten koste van zich zelf.
Het kind dat geen kind kan zijn, en gedwongen wordt om de ouderrol over te nemen, zal dat later ook in zijn of haar eigen relatie gaan doen. Hij of zij zal geen relatie aangaan met een emotioneel gezonde partner, want die hoeft niet geholpen te worden. Iemand die emotioneel gezond is kun je niet helpen omdat het niet nodig is. Redders zien hun hulp als liefde en denken in alle oprechtheid dat hun gevoel liefde is voor de ander.
Voorwaardelijke liefde
Het kind begrijpt vaak niet dat zijn “liefde” niet met dankbaarheid kan worden aanvaard. Vaak handelt het kind niet vanuit onvoorwaardelijke liefde maar vanuit de bevrediging van de eigen behoefte. “Als ik maar voor je zorg dan komt het goed”. Dat komt omdat dit de voorwaardelijke liefde is die het van de ouder heeft gekregen, een andere liefde kennen zij niet. Redders verwarren helpen vaak met liefde, zij denken oprecht dat hun gevoelens liefde is voor een ander.
Onveilige hechting
Parentificatie zorgt voor een onveilige hechting tussen ouder en kind. Als een kind geen kind mag heeft het gevolgen als het kind eenmaal zelf volwassen is. Het kind zal op volwassen leeftijd deze de onveilige hechting nog steeds ervaren en niet is staat is om een veilige hechting met een partner aan te gaan. Het gevolg is ongelijkheid in de relatie. De redder zal de ander in de kindrol plaatsen zodat er geen sprake is van gelijkwaardige partners, maar die van de redder en een kind. De partner zal het in eerste instantie fijn vinden als er voor hem/haar wordt gezorgd, maar uiteindelijk zal dit tot spanning leiden binnen de relatie. De partner zal zich niet serieus genomen voelen doordat hij/zij in de kindrol wordt geplaatst en zal hiertegen ageren.
Wat zijn de gevolgen van parentificatie
Parentificatie gebeurt niet altijd met opzet. Soms heeft de ouder niet in de gaten wat het aan het kind vraagt. Ik maak in mijn praktijk als mediator veel mee dat kinderen betrokken worden bij de scheiding van de ouders. Meestal door degene die zich het meest gekwetst voelt. Vooral als een van de ouders al en andere relatie heeft en de ander niet, treden de kinderen op als redder voor de “eenzame” ouder. Het is daarom belangrijk voorzichtig te zijn en niet alles te delen met je kind. Bewaar je verdriet, je (geld)zorgen voor andere volwassenen om mee te delen. Zelfs een onschuldige opmerking “daar heb ik nu geen geld voor” kan al anders door een kind worden opgevat dan dat jij het bedoelde.
Maar eerlijk is eerlijk, soms gebeurt het wel met opzet en weten ouders heel goed waar zij mee bezig zijn. In dat geval spreek je gewoon van kindermishandeling.