De kinderen blijven in het vertrouwde huis wonen en de ouders wisselen af. Minder ingrijpend voor de kinderen, meer continuïteit. Maar voordat u deze keuze maakt, is het essentieel om te begrijpen wat birdnesting financieel van u vraagt en hoe de belastingdienst en de gemeente hiermee omgaan.
In het basisartikel over birdnesting leest u wat birdnesting inhoudt en wat de voor- en nadelen zijn voor de kinderen. Dit artikel gaat een stap verder: hier vindt u alles over de financiële kant, de domiciliekwestie en de fiscale gevolgen.
De grootste financiële uitdaging bij birdnesting is dat er drie woonruimtes bekostigd moeten worden:
Dat kunnen kamers bij familie zijn, huurappartementen of een gezamenlijk gedeeld appartement dat de ouders om beurten gebruiken als wisselwoning (de goedkoopste variant). In de praktijk kiezen veel stellen voor die laatste optie: één kleine huurwoning die beide ouders afwisselen. Zo druk je de kosten terug naar twee woonlasten in plaats van drie.
Stel: het ouderlijk huis heeft een hypotheek van € 1.200 per maand. De wisselwoning kost € 900 per maand. Totale woonlast: € 2.100 per maand, te verdelen tussen twee ouders.
Ter vergelijking: bij een reguliere co-ouderschapsregeling betalen beide ouders ieder een eigen woning, wat al snel op hetzelfde of meer uitkomt. Birdnesting is dus niet per definitie duurder, maar vraagt wél om een heldere onderlinge afspraak over de verdeling van die kosten.
Sommige gemeenten hebben moeite met birdnesting omdat het niet past in de standaard registratieprocedures. U kunt bij de gemeente informeren of er een ‘co-ouderschapsregeling’ in de BRP mogelijk is. Niet alle gemeenten hanteren hetzelfde beleid.
Zolang u beiden ingeschreven staat op hetzelfde adres (het ouderlijk huis), beschouwt de Belastingdienst u mogelijk nog als fiscale partners. Ook als u in scheiding ligt. Dit heeft gevolgen voor uw belastingaangifte, uw recht op toeslagen en de verdeling van aftrekposten. Zodra één van de partners uitschrijft van het gezamenlijke adres, eindigt het fiscaal partnerschap in beginsel per die datum.
Wilt u het fiscaal partnerschap beëindigen, zorg dan dat de uitschrijving tijdig en correct verloopt. Dit voorkomt problemen bij de belastingaangifte achteraf.
Na de scheiding mag de vertrekkende partner de hypotheekrente van de voormalige gezamenlijke woning nog maximaal twee jaar aftrekken, ook als hij of zij er niet meer woont. Die twee jaar begint te lopen op het moment dat u de woning verlaat als hoofdverblijf.
Bij birdnesting is dit genuanceerder: als beide ouders om beurten in de woning verblijven, kan worden betoogd dat de woning voor beide ouders nog als eigen woning geldt. Dit is echter een grijs gebied in de Nederlandse belastingwetgeving. De Belastingdienst beoordeelt dit per geval. Laat u hierover adviseren door een belastingadviseur of uw mediator.
Bij een 50/50-verdeling van de zorg (wat bij birdnesting vaak het geval is) wordt kinderalimentatie berekend op basis van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van beide ouders. De gelijke zorgtaakverdeling wordt meegenomen in de berekening, maar dat betekent niet automatisch dat er geen alimentatie verschuldigd is. Als de ene ouder significant meer verdient dan de ander, kan er nog steeds kinderalimentatie worden vastgesteld.
Dat hangt af van uw situatie. Als u het grootste deel van de tijd elders verblijft, verplicht de wet u zich in te schrijven op het adres waar u feitelijk woont. Blijft u half-om-half in het ouderlijk huis, dan is de BRP-registratie maatwerk. Bespreek dit met de gemeente en uw mediator.
Birdnesting is zelden een permanente oplossing. De meeste ouders houden het 6 tot 18 maanden vol, totdat de woonsituatie definitief is geregeld of de kinderen zelf de overstap naar twee huizen beter aankunnen. Leg altijd een evaluatiemoment vast in uw afspraken.